Wat is Walking Football

Walking football is een variant op het reguliere voetbalspel met aangepaste regels. Het vindt zijn oorsprong in Engeland bij Chesterfield FC. Het is opgezet om ouderen in beweging te houden c.q. te brengen alsmede het tegengaan van sociaal isolement in deze doelgroep. Iedereen boven de 60 jaar kan deelnemen. Elk niveau is geaccepteerd. Het spel wordt gespeeld op een veld van 42 bij 21 meter met kleine doelen , 6 tegen 6 zonder doelman.

In Nederland hebben de Eredivisie en het Ouderenfonds in 2013 het initiatief genomen om Walking Football in Nederland te starten. In 2014 zijn vanuit hun maatschappelijke betrokkenheid veel Eredivisie clubs, waaronder Heracles met deze nieuwe vorm van voetbal begonnen. De grote publicitaire aandacht heeft er toe geleid dat ook bij diverse amateurvoetbal verenigingen nu Walking Football wordt gespeeld.

Naast wekelijkse trainingen is er veel aandacht voor het sociale aspect. Het vooraf samen komen onder het genot van een kop koffie en sociale activiteiten is een belangrijk aspect van Walking Football. Inmiddels worden ook diverse toernooien in Nederland gehouden.

Spelregels

  • Walking Football hanteert dezelfde regels als het reguliere voetbal met een aantal uitzonderingen, namelijk er mag niet worden gerend, er is geen buitenspel en er zijn geen keepers.
  • Er wordt 6 tegen 6 gespeeld op een veld van 42 bij 21 meter. Doelen 3 meter breed en 1 meter hoog.
  • Er mag doorlopend gewisseld worden, mits het spel stil ligt.
  • Wisselen vindt plaats ter hoogte van de middenlijn.
  • Alleen wandelen is toegestaan. Ook als de bal niet in de buurt is. (Wandelen betekent dat 1 voet contact houdt met de grond )
  • De bal mag niet boven de heup.
  • Geen buitenspel.
  • Lichamelijk contact en slidings zijn verboden.
  • Een vrije trap wordt altijd indirect genomen. Dit kan door middel van een pass of een dribbel. ( 3 meter afstand )
  • Verlaat de bal het veld, dan wordt de bal op de plaats waarop de bal het veld heeft verlaten, weer met de voet in het spel gebracht. ( 3 m afstand ) Hierbij mag een speler zowel de bal in het spel brengen door t passen als te dribbelen. De bal moet wel stilliggen. Dit geldt voor zowel een achterbal als een uitbal. Bij een hoekschop mag de bal alleen door middel van een pass in het spel gebracht worden. ( 3 meter afstand )
  • Na een doelpunt, volgt een aftrap in het midden van het veld.
  • Rennen wordt bestraft met een indirecte vrije trap op de positie waar de speler is gestart met rennen. Dit geldt ook voor lichamelijk contact en slidings.
  • Komt de bal boven de heup dan krijgt de partij die hem het laatst heeft geraakt op die plek een indirecte vrije trap tegen.
  • Er mag niet worden gescoord van eigen helft.
  • Wordt er onreglementair een directe scoringskans ontnomen dicht bij het doel dan volgt een penalty. Vanaf de middenstip wordt de penalty genomen op een leeg doel.